Mijn moeder vertrouwde het al evenmin en we gingen vandaag naar de dokter. De laatsten waren we. Mijn dokter is heel lang – en ik extreem klein. Dat geeft me altijd een gevoel dat ik nog heel, heel klein en kwetsbaar ben. Hij stelde me vragen, hoe gaat het nu, ben je somber, heb je nog hoofdpijn, hoe lang al, slaap je slecht, en het duurde echt een half uur, normaal bespreek je het en voor je het weet sta je alweer buiten. Nu nam hij echt de tijd. Of dat een goed of slecht teken is weet ik niet, maar het was wel fijn.
‘Nou, kom maar even liggen dan’, zei hij, ‘en doe je shirt maar even een beetje naar boven, dan kan ik je buik onderzoeken’. Vanwege de bobbel. ‘Shit, ik heb mijn rode sletten-bh aan’. Ik glimlach naar de dokter.
De bobbel vond hij niets bijzonders, maar hij duwde daaronder op mijn buik – daar waar ik het aangewezen had. Dat deed pijn. Daar zit je lever, dus nu moet ik opnieuw bloedprikken om te onderzoeken of ik misschien een leverstoornis heb. Ook kunnen ze daaruit opmaken of er iets mis is met mijn schildklier, of er al progressie is in de P, en of mijn bloedbeeld normaal is. Dat gaat maandag gebeuren en een week daarna hoor je de uitslag.
Wat ik vervelend vind, is die onzekerheid. Ik weet niet waar mijn klachten vandaan komen, aangezien aanvankelijk gedacht werd dat mijn P al voorbij was. Ik heb die klachten steeds maar, het wordt niet minder, hoewel ik belachelijk weinig doe. Ik ga niet meer dan vier uur naar school, slaap elke dag voor 10en, en sta meestal niet voor 8en op. Vaak zelfs pas om 9, 10 uur. Geen verbetering. Ik wil dat ze iets vinden en het kunnen behandelen ookal is het iets ergs, nee dat meen ik niet, maar ik wil dat het weggaat en ik wil leven.